Rechtbank Alkmaar 15 december 2011 (Meer en Vaart-verweer), LJN BU8310

De verdachte heeft op de terechtzitting weliswaar erkend dat een bepaald e-mailadres op zijn computer staat , maar daarbij heeft hij aangegeven dat het niet zijn e-mailadres is. De verdachte ontkent dat hij onder de naam X chat-gesprekken met een benadeelde partij heeft gevoerd. De verdachte heeft aangevoerd dat zijn computer door diverse jongens werd gebruikt en dat het iemand anders is geweest die op zijn computer met de betreffende benadeelde partij heeft gechat. De verdachte heeft niet willen aangeven wie dit gesprek met deze benadeelde partij vanaf zijn computer zou hebben gevoerd. De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan uitsluiten dat ook andere personen gebruik maakten van de computer van de verdachte. De rechtbank merkt evenwel op dat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat zijn computer naast door hem ook door diverse jongens die bij hem over de vloer kwamen werd gebruikt. Dat strookt niet met de beschrijving die de benadeelde partij geeft van de man die zij op de webcam zag, namelijk een man van ongeveer veertig jaar oud. Voorts stelt de rechtbank vast dat de beschrijving die de benadeelde partij geeft van de man waarmee zij het chat-gesprek heeft gevoerd, in grote lijnen overeen komt met het uiterlijk van de verdachte. Gelet op het voorgaande en het feit dat verdachte niet wenst aan te geven welke persoon van zijn account gebruik heeft gemaakt, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat iemand anders de benadeelde partij heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen ongeloofwaardig en zal zij deze verklaring terzijde stellen.